De in 1925 opgerichte Vereniging
voor Penningkunst (VPK) stelt zich ten doel de beoefening van en
de belangstelling voor de penningkunst te bevorderen. Daartoe verleent zij
elk jaar twee opdrachten voor het ontwerpen van een penning aan gevestigde
en aankomende kunstenaars. De VPK heeft in 1997 een fonds opgericht met
als specifieke doelstelling kunstenaars met vernieuwende ideeën te
stimuleren zich te verdiepen in de eigentijdse penning. Als concrete
invulling is in 2004 een Masterclass gestart o.l.v. Geer Steyn,
beeldhouwer en als docent verbonden aan de Koninklijke Academie van
Beeldende Kunsten te Den Haag. Zeven kunstenaars werden in de gelegenheid
gesteld in zeven sessies een eigen ontwerp in dialoog te bespreken en
verder te ontwikkelen. De resultaten worden getoond op deze
tentoonstelling. Tevens verschijnt de gelijknamige publicatie van de hand
van Carolien Voigtmann en Geer Steyn, 'Over The Edge, penningkunst in de
21e eeuw', te bestellen bij uitgeverij
Waanders b.v., Zwolle. Hieronder,
uit het verslag van de masterclass door Carolien Voigtmann, het
hoofdstuk over Pauline Hoeboer.
Pauline Hoeboer
Motivatie: “Een
penning is als een kastanje in je zak: klein en inwisselbaar, een dingetje van niets,
maar tegelijkertijd zo waardevol door de veelheid aan vorm en betekenis en het
plezier van het door je vingers laten gaan. Het begrip penning draag ik al
sinds mijn opleiding bij me. In mijn vrije werk gebruik ik giet- en drukmallen,
technieken die mij veel vrijheid en speelsheid geven. De oproep voor de
masterclass is als een herinnering: ‘Hé, ik heb een kastanje in mijn zak!”
Hoeboer is
beeldhouwer en ceramist die vanuit de technische kant van haar vak beelden
maakt met een verstild karakter. Over haar eigen werk zegt zij: “Ik probeer in
mijn werk menselijke kwetsbaarheid invoelbaar te maken door te spelen met
persoonlijke en alledaagse beelden.”
Die menselijke
kwetsbaarheid verbeelden in een persoonlijk beeld. Hoeboer stelt zich hiermee
zeker geen eenvoudige taak, zeker niet als duidelijk wordt wat voor penning ze
wil maken. Ze is gefascineerd door het beeld dat slapende watervogels, in het
bijzonder zwanen, oproepen: een drijvende, vrij gesloten vorm dobbert op het
water, de hals 180 graden gedraaid zodat de kop verstopt kan worden tussen de
veren. Die elegante houding zorgt ervoor dat de zintuiglijke waarneming door
ogen oren en neus wordt afgezwakt, zodat ontspannen slapen mogelijk wordt.
Hoeboer wil deze vorm gebruiken om ‘de belofte van het wakker worden die in het
slapen besloten ligt’ te verbeelden. Het gaat niet langer meer alleen over
slapen en wakker zijn, maar ook over leven en dood, zijn en niet zijn.
 schetsen
Dan opent zich
een witte wereld in keramiek, waar licht en donker met elkaar een spel gaan
spelen en waarin evenwicht gevonden moet worden. Vanuit schelpachtige vormen
doet Hoeboer een keramische verkenning naar binnen en buiten, licht en donker.
Al snel vindt ze de kracht om dat gegeven uit te werken in een penning en een
doos die een onlosmakelijk geheel vormen en samen het verhaal vertellen. Ze
maakt op de draaischijf witte aardewerk dozen in verschillende formaten, aan de
buitenkant versierd met concentrische lijnen die straalsgewijs van de vorm af
lijken te lopen. De
binnenkant is donker gekleurd, waar de zwaan slapend wordt aangetroffen,
liggend in het zand. De zwaan die Hoeboer daarbij in gedachten heeft leidt tot
een ingewikkelde vormenstudie, waarbij abstractie niet uit de weg wordt gegaan.
 voorstudie
Het thema dat
Hoeboer gebruikt leidt tot veel hoofdbrekens: als je het moment van wakker
worden wilt verbeelden, hoe doe je dat dan? Het aspect van licht blijkt
intrigerend: als je licht wilt toelaten in je werk, moet dat dan natuurlijk
licht of kunstlicht zijn? In welke mate maak je de beschouwer onderdeel van je
werk door hem of haar de handeling te laten doen waarbij licht wordt
toegelaten? Die handeling blijkt belangrijk. Door de denkbeeldige zwaan uit
zijn symbolische nest te halen breng je hem aan het licht, en laat je
tegelijkertijd licht toe in het nest. Om het motto, of een deel daarvan, in het
werk te integreren doet Hoeboer onderzoek naar de transparantie van porselein.
Zo is de tekst bij een bepaalde lichtinval te lezen op de penning.
Dit gegeven
verwerkt Hoeboer ook in een volgende serie zwanen en nesten, waar ze
porseleinen dozen maakt met deksel, waarop de tekst te lezen is, of het nest
waar op de rand tekst te lezen is. De dozen uit een volgende serie getuigen van
een heel ander karakter dan de eerste: niet langer hoge, gedraaide vormen met
een wat stoere uitstraling, maar lage, zacht glooiende dozen, als zacht
stromend water. In het midden van het wateroppervlak is een uitsparing gelaten
waar de zwaanvorm precies inpast.
 penning
De licht-donker
gedachte laat Hoeboer daarbij niet los. Nadat ze het letterlijke lichtelement
uit haar denken heeft weggelaten, onderzoekt ze de mogelijkheden van kleur:
zwanen met een donker gekleurd onderlijf, een donker nest, delen van het werk
geglazuurd en ongeglazuurd. Dat leidt ook tot een totaal nieuwe serie werken,
waarbij het naturalistische helemaal opzij geschoven wordt voor de abstractie:
het nest is niet langer rond, maar een haast vierkante, platte vorm. De zwaan
is verworden tot een absoluut abstracte vorm, die in hoog geglazuurd porselein
leidt tot prachtige, spiegelende effecten. Hoeboer’s zoektocht is niet
eenvoudig geweest. Wat ze zeker bereikt heeft is dat ze vanuit een sterke
basisgedachte een werk heeft gemaakt dat door de eenheid van voorwerp en doos
in de penningwereld thuis hoort.
Carolien Voigtmann
|